Sancties
Door de invoering van het Sociaal Strafwetboek (wet van 6 juni 2010, Belgisch Staatsblad van 1 juli 2010) beoogde de wetgever de bepalingen in het arbeidsrecht en het sociaal zekerheidsrecht die betrekking hebben op de preventie, de opsporing en vervolging van inbreuken te coördineren. Het Sociaal Strafwetboek bevat tevens een lijst van zo goed als alle inbreuken en hun mogelijke sancties.
De inwerkingtreding van het nieuw Strafwetboek en de wet van 16 maart 20261 die het Sociaal Strafwetboek daarop afstemt, op 1 september 2026, wijzigde het Sociaal Strafwetboek op verschillende punten.
Alle verwijzingen naar strafrechtelijke bepalingen zijn afgestemd op de herwerkte structuur van het nieuwe Strafwetboek. Zo verwijst het Sociaal Strafwetboek voortaan naar de hernummerde bepalingen over valsheid en oplichting, en werd terminologie vervangen (bijvoorbeeld ‘mededader’ en ‘medeplichtige’ werden vervangen door ‘deelnemer’, en ‘wetens en willens’ door ‘opzettelijk’.
De belangrijkste vernieuwing is de invoering van alternatieve straffen in het Sociaal Strafwetboek.
De rechter krijgt hierdoor meer mogelijkheden om de sanctie af te stemmen op de concrete omstandigheden van de zaak.
Onderstaande tabel vat de nieuwe situatie samen.

Door de invoering van alternatieve straffen en de mogelijkheid tot cumulatie in niveau 4 wordt het Sociaal Strafwetboek flexibeler en beter afgestemd op de realiteit van sociale fraude.
De hervorming versterkt niet alleen de handhavingsmogelijkheden van de inspectiediensten, die de inbreuken vaststellen en processen‑verbaal opmaken, maar ook die van het arbeidsauditoraat, dat als vervolgingsautoriteit beschikt over het strafvorderingsrecht en beslist of een dossier wordt geseponeerd, minnelijk wordt afgehandeld of aan de rechter wordt voorgelegd.
De behandelde rechter kan vervolgens een vonnis uitspreken op basis van een ruimer en meer gedifferentieerd sanctie‑instrumentarium, waaronder probatie, werkstraf, elektronisch toezicht en geldstraffen gebaseerd op het wederrechtelijk vermogensvoordeel.
Hierdoor wordt een nauwkeurige vaststelling van dat voordeel belangrijker dan voorheen, omdat het rechtstreeks de zwaarte van de strafrechtelijke reactie bepaalt.
1 Wet van 16 maart 2026 tot wijziging van de wet van 5 maart 1952 betreffende de opdecimes op de strafrechtelijke geldboeten, van het Sociaal Strafwetboek en van verscheidene bepalingen van het sociaal strafrecht (B.S. 1 april 2026)